T 070 - 390 62 60

Auteur Archief

AantjesZevenberg, aansprakelijkheid, ondergeschikten, zeggenschap, ondergeschiktheid, in- en uitleensituatie

Aanrijding met letsel en de dader rijdt door of is onverzekerd, wat nu?

Indien je het slachtoffer wordt van een aanrijding door een auto, kan in verreweg de meeste gevallen de schade geregeld worden met de verzekeraar van de auto. Helaas gebeurt het met enige regelmaat dat een dader doorrijdt na een ongeval. Als dan ook het kenteken van de auto niet bekend is, zou het slachtoffer zelf op moeten draaien voor de schade. Hetzelfde zou het geval kunnen zijn als de auto waarmee de dader reed onverzekerd is of gestolen. In dergelijke gevallen kan onder bepaalde voorwaarden een beroep worden gedaan op het Waarborgfonds Motorverkeer.

Waarborgfonds Motorverkeer

Het Waarborgfonds Motorverkeer is een stichting en wordt gefinancierd door de Nederlandse motorrijtuigenverzekeraars die een gedeelte van de WA-premies afdragen aan het fonds. Het Waarborgfonds Motorverkeer vergoedt de schade van het slachtoffer indien aan één van deze vijf voorwaarden is voldaan:
  1. De dader is doorgereden en de identiteit van de dader is niet te achterhalen;
  2. Het motorvoertuig dat de schade heeft veroorzaakt is onverzekerd;
  3. Het motorvoertuig dat de schade heeft veroorzaakt is gestolen en de bestuurder is hiervan op de hoogte;
  4. Het motorvoertuig dat de schade heeft veroorzaakt is verzekerd, maar de verzekeraar is failliet;
  5. Het motorvoertuig dat de schade heeft veroorzaakt is onverzekerd;
  6. De dader is niet verzekerd omdat hij daar principiële bezwaren tegen heeft en het is voor het slachtoffer niet of slechts gedeeltelijk mogelijk om de schade met de dader te regelen.
Het Waarborgfonds fungeert als het ware als een vangnet voor de slachtoffers die anders met lege handen zouden staan. Voordat het Waarborgfonds overgaat tot vergoeding van de schade, verwacht zij wel van het slachtoffer dat alle andere mogelijkheden om de schade te verhalen benut zijn.

Mocht je als slachtoffer geconfronteerd worden met een dader die na het ongeval doorrijdt, is het van groot belang dat u probeert de dader te achterhalen. Artikel 25 lid 1 sub a van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) bepaalt dat het slachtoffer zich voldoende moet inspannen: hij moet al hetgeen doen wat redelijkerwijs van hem verwacht mag worden. De vraag dringt zich dan op wat dit precies is.

Aangifte doen

In de rechtspraak is bepaald dat alle mogelijkheden om de identiteit van de dader te achterhalen maximaal dienen te worden benut, zodat geen mogelijke aanknopingspunten verloren gaan of onbenut blijven die kunnen leiden tot het vinden van de aansprakelijke partij. Juist in het geval dat er slechts geringe aanknopingspunten zijn, bijvoorbeeld bij een dader die doorrijdt zonder dat het kenteken bekend is, zal met de nodige voortvarendheid aangifte moeten worden gedaan. De politie kan dan bijvoorbeeld een buurtonderzoek verrichten om meer informatie te verkrijgen over de dader. Indien geen of te laat aangifte wordt gedaan is dit niet (meer) mogelijk. Het Waarborgfonds stelt als eis dat er binnen 14 dagen na het ongeval aangifte wordt gedaan. Indien geen of te laat aangifte wordt gedaan kan het Waarborgfonds weigeren een schadevergoeding uit te keren. Dit geldt ook indien betwijfeld kan worden of een eerdere aangifte meer kans op het achterhalen van de dader zou hebben gehad, zie bijvoorbeeld onderstaande uitspraken van respectievelijk de Rechtbank Midden-Nederland en Rechtbank Oost-Nederland in een tweetal deelgeschillen.

Een uitzondering zou kunnen worden gemaakt indien het slachtoffer als gevolg van het letsel niet in staat is om eerder aangifte te doen (of te laten doen). Een dergelijke situatie zal zich in de praktijk echter niet snel voordoen.

Letselschade

Een claim kan bij het Waarborgfonds worden ingediend tot drie jaar na het ongeval. Van belang is dat je als slachtoffer dus tijdig handelt. In beginsel komt alle materiële en immateriële schade voor vergoeding in aanmerking, dus ook alle uit het ongeval voortvloeiende letselschade, waarbij onder meer te denken valt aan gemaakte medische kosten, reiskosten, kosten voor huishoudelijke hulp, inkomensverlies en smartengeld.

Belangenbehartiger

Een slachtoffer doet er verstandig aan zich bij de behandeling van zijn schadeclaim door een deskundige belangenbehartiger te laten bijstaan. De in redelijkheid gemaakte kosten voor deze belangenbehartiger zullen door het Waarborgfonds worden voldaan. Als slachtoffer is er dus geen noodzaak om een beroep te doen op de rechtsbijstandverzekering. Je kan je in het geval van een claim op het Waarborgfonds beter wenden tot een gespecialiseerde letselschadeadvocaat, bijvoorbeeld een van de advocaten van ons kantoor. Zij kunnen veel zorgen uit handen nemen en de zaak snel en deskundig voor u oppakken. Mocht u een concrete zaak aan ons kantoor willen voorleggen, kunt u altijd vrijblijvend contact met ons opnemen.

Lees verder

AantjesZevenberg, cassatie, wettelijk deelgenootschap, eenvoudige gemeenschap, BW art. 1:90 lid 1, Bw art. 3:173, BW art.1:93, huwelijkse voorwaarden, rekening en verantwoording, schadeplichtig, verdeling huwelijksgemeenschap

Verhaalsrecht werkgever voor doorbetaald loon bij ongeval werknemer

Als een werknemer uitvalt door een ongeval is dit in de eerste plaats natuurlijk erg vervelend voor de werknemer. Voor een werkgever kan dit echter ook vervelende gevolgen hebben. Als werkgever ben je op grond van artikel 7:629 BW verplicht om twee jaar lang 70% van het loon aan de zieke werknemer door te betalen. Het loon moet worden doorbetaald terwijl hier geen arbeid tegenover staat. Het uitvallen van de werknemer kan eveneens tot gevolg hebben dat de werkgever omzet mist of dat hij een vervangende kracht moet inschakelen om de zieke werknemer (tijdelijk) te vervangen. Voorts kan de werkgever geconfronteerd worden met re-integratiekosten en buitengerechtelijke kosten.

Indien er een partij aansprakelijk is voor het ongeval, rijst vervolgens de vraag of de werkgever het doorbetaalde loon, de gemiste omzet en de overige gemaakte kosten kan verhalen op de aansprakelijke partij (bijvoorbeeld een verzekeraar). Hieronder zal ik deze vraag beantwoorden.

Doorbetaald loon

Op grond van artikel 6:107a lid 2 BW kan de werkgever het doorbetaalde loon op de aansprakelijke partij verhalen. De werkgever heeft regres. De Hoge Raad heeft bepaald dat het verhaalsrecht van de werkgever ten aanzien van het doorbetaalde loon is beperkt tot het netto loon van de werknemer (Revabo/Amev, HR 24 oktober 2003). De werkgever kan dus niet de betaalde loonbelasting en sociale premies verhalen. Het verhaalsrecht wordt beperkt door het zogeheten civiel plafond. Kort gezegd betekent dit dat de werkgever slechts kan verhalen wat de werknemer had kunnen verhalen indien de werknemer zelf een vorderingsrecht zou hebben gehad. Aangezien een werknemer alleen netto bedragen zou kunnen verhalen, geldt hetzelfde voor de werkgever. De werkgever kan dus niet alle kosten bij ziekte verhalen.

Geen verhaalsrecht bij gemiste omzet en kosten van vervangende arbeidskracht

Ook kan een werkgever geconfronteerd worden met gemiste omzet (of lagere winst) door het uitvallen van de werknemer, hetgeen het geval kan zijn indien bijvoorbeeld de topverkoper van een onderneming door een ongeval thuis komt te zitten en de werkgever dit direct merkt doordat zijn omzet terugloopt. Deze gemiste omzet (of lagere winst) kan niet op de aansprakelijke partij worden verhaald, ook al is de schade een direct gevolg van het ongeval waarvoor deze partij aansprakelijk is. De wetgever heeft dit onwenselijk geacht en heeft hier geen wettelijke basis voor willen creëren. Ook de kosten van de vervangende arbeidskracht komen niet voor vergoeding in aanmerking. Slechts “verplaatste schade”, dat wil zeggen schadeposten van de werkgever waar de werknemer zelf ook aanspraak op zou hebben kunnen maken en welke zich “verplaatst” hebben naar de werkgever, komen voor vergoeding in aanmerking. De gemiste omzet en de kosten van een vervangende arbeidskracht zijn geen schadeposten waar de werknemer zelf aanspraak op zou kunnen maken. Deze beperking van het werkgeversregres wordt regelmatig kritisch besproken, maar heeft nog niet geleid tot een andere zienswijze bij de wetgever.

Re-integratiekosten

De werkgever is op grond van artikel 7:658a BW verplicht te bevorderen dat de arbeidsongeschikte werknemer het werk kan hervatten. De werkgever dient zich actief in te spannen voor de re-integratie van de werknemer. Indien het niet mogelijk is in zijn bedrijf, bevordert de werkgever de inschakeling van de werknemer in passende arbeid in een ander bedrijf. Alle redelijke kosten die de werkgever maakt in het kader van de re-integratie van de werknemer komen voor vergoeding in aanmerking. Dit volgt uit artikel 6:107a lid 3 BW. Te denken valt aan de kosten voor het inschakelen van een re-integratiebedrijf, de omscholingskosten indien de werknemer niet langer in staat is het werk van voor het ongeval op te pakken, maar bijvoorbeeld ook de kosten voor het aanpassen van de werkplek om de werknemer zo in staat te stellen het werk te hervatten.

Buitengerechtelijke kosten

Naast de hiervoor besproken kosten, kan de werkgever eveneens de in redelijkheid gemaakte buitengerechtelijke kosten verhalen op de aansprakelijke partij. Dit zijn de redelijke kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid en de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (artikel 6:96 lid 2 sub b en c BW). Dit geldt voor zowel de in redelijkheid gemaakte interne als externe kosten. Bij interne kosten kan gedacht worden aan kosten voor het inschakelen van de eigen juridische afdeling. Externe kosten zijn bijvoorbeeld de kosten voor het inschakelen van een advocaat om het doorbetaalde loon op de aansprakelijke partij te verhalen.

Conclusie

De werkgever heeft een verhaalsrecht voor het (netto) doorbetaalde loon aan de werknemer indien de werknemer een ongeval is overkomen waarvoor een andere partij aansprakelijk is. De werkgever kan deze schade zelf verhalen op de aansprakelijke partij. Het is niet mogelijk een vergoeding te verkrijgen voor gemiste omzet en kosten van een vervangende arbeidskracht. Wel kunnen de re-integratiekosten en de gemaakte buitengerechtelijke kosten op de aansprakelijke partij verhaald worden. Indien gewenst kan ons kantoor u bijstaan in het verhalen het netto doorbetaalde loon en de genoemde kosten op de aansprakelijke partij. Mocht u hier vragen over hebben, neemt u dan vrijblijvend contact op.

Lees verder

AantjesZevenberg, handhaving, dba, arbeidsrecht

Vallen op werkvloer meest voorkomende arbeidsongeval

Van alle arbeidsongevallen die in 2014 leidden tot een verzuim van vier dagen of meer, was onderuit gaan op de werkvloer de meest voorkomende. Daarnaast leidt ook letsel dat anderen toebrengen (bedreigen, bijten, schoppen) vaak tot verzuim. Dit blijkt uit een enquête van CBS en TNO. In deze enquête geeft 3,4 procent van de werknemers aan in 2014 één of meer arbeidsongevallen te hebben gehad. Dat komt neer op zo’n 240 duizend werknemers. Bij bijna 88 duizend van deze arbeidsongevallen volgde een verzuim van minimaal vier dagen.

Verzuim door lichamelijk letsel

Het letsel was in de meeste gevallen lichamelijk. In bijna 30 procent van de ongevallen met langer verzuim ontstond de blessure door uitglijden, struikelen of vallen op de werkplek. Bedreiging, bijten of schoppen werd ook vaak genoemd als oorzaak (22 procent), evenals beknelling of geraakt worden door een voorwerp (16 procent).

Verzuim door geestelijk letsel

Bij ruim een kwart van de 88 duizend arbeidsongevallen die in 2014 leidden tot langer verzuim gaven de ondervraagden aan dat sprake was van geestelijk letsel (26 procent). Het gaat dan bijvoorbeeld om psychische schade door bedreiging of een shock door een traumatische ervaring. Bij 16 procent ging het om een combinatie van fysiek en psychisch letsel. Ongeveer een kwart van de ongevallen (26 procent) deed zich volgens de werknemers voor op locaties als fabrieken en reparatie-werkplaatsen. Bij zorginstellingen en op locaties in de dienstverlenende sector (bijvoorbeeld een kantoor, school of museum) ging het om 15 procent van de arbeidsongevallen. Op bouwterreinen, in woningen en in openbare ruimten vonden volgens de enquêteresultaten minder arbeidsongevallen plaats.

Lees verder

AantjesZevenberg,

Grens aan smartengeld eindelijk doorbroken

Vorige week is in Nederland de grens van € 150.000 aan smartengeld eindelijk doorbroken. In een strafzaak bij de Rechtbank Gelderland kende de rechter het slachtoffer een smartengeldvergoeding toe van € 200.000:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:6968

Het slachtoffer in deze zaak had zeer ernstige brandwonden opgelopen ten gevolge van een brandbom. De dader had de brandbom door de ruit van de woning van het slachtoffer gegooid en deze was terecht gekomen op het bed waar het slachtoffer lag te slapen. Hierdoor is brand ontstaan in de slaapkamer en is het lichaam van het slachtoffer voor 78,5% van de totale huidoppervlakte verbrand.

Het slachtoffer had het bijna niet overleefd (is twee keer gereanimeerd). Hij is ruim drie maanden opgenomen geweest in het brandwondencentrum en moest daar 15 operaties ondergaan. Hierna heeft hij nog bijna 8 maanden lang gerevalideerd in een revalidatiecentrum. Bij het slachtoffer is sprake van blijvende beschadiging van de zenuwen in beide onderbenen, voeten en rechterhand. Het slachtoffer is voor het leven verminkt. Hij is niet meer in staat om te wandelen, hard te lopen, langdurig te staan, te hurken, te kruipen, zwaardere voorwerpen te tillen, fijne bewegingen met zijn dominante rechterhand te maken en kracht te zetten met zijn armen. Daarbij komt nog de constante pijn en jeuk. Hij is vanwege het letsel en de beperkingen in grote mate afhankelijk geworden van de hulp van derden. Hij kan onder andere de huishoudelijke taken niet meer zelfstandig verrichten. Iedere dag heeft hij verzorging nodig. Hij zal zijn voeten blijvend moeten laten verzorgen. De klachten en beperkingen zijn blijvend; er zal geen verbetering meer optreden. Hij is dus voor de rest van zijn leven gehandicapt. Als gevolg van de brand is hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt geworden, kan hij zijn hobby als sportvisser niet meer uitoefenen en is hij in een sociaal isolement geraakt.

Duidelijk moge zijn dat het hier een zeer ernstige zaak betreft met heel vergaande gevolgen voor het slachtoffer. Al ongeveer 25 jaar lag het maximumbedrag dat in Nederland aan smartengeld is toegekend op € 150.000. Dit maximum is nu met € 50.000 verhoogd: de rechtbank achtte een smartengeldvergoeding van € 200.000 billijk. Gelet op de ons omringende landen is het smartengeld in Nederland nog steeds relatief laag (in Duitsland is het maximum bijvoorbeeld zelfs meer dan € 700.000). Na jaren van stilstand is het echter bemoedigend te noemen dat er eindelijk beweging lijkt te zitten in het smartengeld; niet alleen in de maximumbedragen maar over de gehele linie lijkt het smartengeld (langzaam) omhoog te gaan.

Lees verder